Dat ben ik. Een ga het maar eens hardop zeggen. Tering, wat ben ik een slechte huisvrouw. Het is niet dat ik het niet wil hoor, maar ik kan het gewoon niet. Zo moeilijk is het toch allemaal niet, denk jij dan. Pak een stofzuiger, pak een dweil. Haal een doekie over de tafel. Jezus mens, wat is het probleem. De puber in mij wil roepen: “Pak lekker zelf een stofzuiger en een dweil!” maar diep vanbinnen weet ik dat ze gelijk hebben. Het is geen quantum mechanica. Maar heel eerlijk: ik bak er niks van.

De vuilniszak

Beyoncé is jarenlang trots op mij geweest. All the women, independent! Woehoe, handjes in de lucht. Ik woonde met een vriendin samen en wij knapten alle klusjes zelf op. Soms stond de vuilniszak dagen te lekken in de gang omdat we geen van beiden zin hadden om hem weg te gooien, maar uiteindelijk deden we het wel zelf. En we dweilden ook (omstebeurt) die vlek weer eens weg. Zodra ik samen met de man van m’n leven ging leven, werd ik een slappe jandoedel die vindt dat het de taak van de man is om het vuilnis weg te gooien. Ik doe de was, hij het vuilnis. Fijne taakverdeling, amigo.

Maar zal ik echt eerlijk zijn? Als ik de vuilniszak uit de bak haal, gaat alles mis. Hij blijft ten eerste hangen aan die ellende schroefjes die de handgreepjes op z’n plek houden. Die graftakkezak scheurt vervolgens aan de bovenkant altijd open. Dan zitten er van die gele touwtjes aan waarmee je hem dicht moet binden: good luck with that, want die breken 9 van de 10 keer ook altijd af. En als je dus wel geluk hebt, en ze breken niet af, is het alsnog onmogelijk om de zak dicht te binden en een prachtige strik te maken – nee, ik hou altijd een gat. Een gat zo ellendig, dat wanneer de zak omvalt (dat gebeurt ook altijd namelijk) de halve bak kattengrit eruit dondert. Als je geluk hebt, ook met een drolletje erbij. Want ongeluk komt altijd in 2en. Of 3en. Of 6en, als je Margo heet.

De was

Ik noemde net als een schijnheil de was. Ik de was, hij het vuilnis. Nou, hij heeft helemaal niks aan mij want ik ben de slechtste wasvrouw die er is. O ja, ik kan wel een wasmachine volladen, allerhande middelen in een bakje gooien en de machine aanzetten. Dit doe ik lachend, graag zelfs, ruimt zo lekker op. Maar wat erna allemaal komt sla ik liever over.

De helft moet in de droger. Nou ja, moet niet, maar is wel zo makkelijk. Ik houd van zachte handdoeken en ik hou ook van strakke jeans. Zodra ik strings op het wasrek hang – die boven de trap hangt – vallen ze steevast allemaal naar beneden (gelijk, of willekeurig binnen 24 uur) en ligt de woonkamer bezaaid met minuscule slipjes. Dat is a) niet hygiënisch en b) best vreemd als de AH bezorger grommend 3 trappen omhoog aan het zwoegen is. Alsof ik me nog niet ongemakkelijk genoeg voelde zonder die strings voor z’n voeten. (Voor als je het nog niet wist: onze keuken/washok) is op de 3de, de woonkamer op de 2de en de slaapkamer op de 1ste verdieping. Vandaar mijn schuldgevoel naar de bezorgers toe. Ik hoop dat ze die € 8,95 bezorgkosten in hun eigen zak mogen steken.)

De andere helft moet dus op het wasrek. Nu hadden we ook een staand wasrek, maar nadat die – Ja hoor, score! Terwijl ik dit typ dondert de vuilniszak waardoor ik net geïnspireerd raakte, keihard om. #lovemylife

Oja, het wasrek. Dat kloteding viel altijd om. Zwaartekracht is een bitch en dit heeft niks te maken met de manier waarop ik was uit de droger altijd op het wasrek plempte zodat hij topzwaar werd en omkieperde. Het is gewoon een kloteding. Die staat nu opgevouwen in de berging. Dus het kleine wasrekje wat over de trapleuning hangt is nu de sjaak. Ik hang de was nog wel op hoor, maar het er ooit afhalen en opvouwen en in de kast leggen is aan mij niet besteed. Meestal doe ik dit 1 dag voordat de schoonmaakster komt (oh yes we hebben een schoonmaakster!) omdat zij anders te lief is en de was gaat vouwen, en dat hoeft nou ook weer niet. Ik heb geen gips. Het lijkt alleen maar zo.

Ik weet niet wat het is. Ik kan niet normaal vouwen. Alles lijkt mij bij een propje te worden en mijn kledingkast ziet er ook uit alsof 3 zwijnen naar truffels hebben lopen zoeken. Ik heb de hoop dat dit ooit nog een succes wordt ondertussen wel opgegeven.

Stofzuigen

Ja natuurlijk, elke idioot kan stofzuigen. Dit is geen kwestie van niet-kunnen. Dit is een kwestie van niet-willen. Een huis met 4 verdiepingen (dus 4 trappen) en een kat… meer excuses hoef ik niet te hebben. Ik was al na een paar maanden helemaal klaar met het slepen met die stofzuiger dus we gunden onszelf de luxe om 4 uur per 2 weken een lieve vrouw in dienst te nemen. Ze komt samen met haar man en ze maken het huis weer spik en span. Stofzuigen, dweilen, de badkamer, het toilet, de keken: ik vind het ideaal.

Vaak voel ik me nog bezwaard en wil ik mezelf verontschuldigen dat ik een schoonmaakster heb. Maar steeds meer van m’n vriendinnen hebben een schoonmaakster. Een millenial-dingetje misschien? Hard werken, druk sociaal leven, niet willen huishouden. Maar het is in alle opzichten beter. Vooral in dat van mij, natuurlijk. Maar ook m’n relatie is ermee gered. Want onze ergste ruzies gingen over het huishouden. Soms jammer, want dan kan ik niet meer roepen ‘je doet niks in huis!’ want ik doe zelf ook niks meer.

Ja, de was. En hij het vuilnis.