Als ik in de spiegel kijk, zie ik een optimist. Alles komt goed, ik zeg het altijd. Ik denk dat dit voortkomt uit het feit dat alles ook goed is gekomen. Ik heb niet echt een hele moeilijke weg bewandeld in m’n leven. De hobbels werden al snel vlak, ik had het nooit echt moeilijk. Ik heb het fijn gehad in mijn jeugd. Lieve ouders, lieve broers. Het enige verdriet wat ik heb gekend, is liefdesverdriet – en zelfs dat kwam goed. Want ik ben nu gelukkiger dan ik ooit had durven hopen.

Tegelijkertijd zie ik iemand waarvoor het nooit genoeg is.

De lat ligt bergenhoog en hoewel ik tevreden ben met wat ik heb, wil ik diep in m’n hart meer. Ik wil meer bereiken carrierewijs, en ik weet dat het wel komt als ik hard genoeg werk. Ik ben ook pas 27, ik sta pas aan het begin. Ik ben iemand die goed kan relativeren, maar altijd zegt: maar toch. Ik wil ook meer bereiken met m’n blog – ik heb geen onrealistische dromen, maar ik weet dat er wel meer kan – maar ook dan zeg ik: ik ben nog niet eens een jaar bezig, doe eens kalm. Ik wil ook meer afvallen. En hoewel iedereen zegt: “Je bent al zoveel kwijt” is het voor mij nog niet klaar. Want de weegschaal geeft nog steeds geen gezond gewicht aan, en dat is uiteindelijk het doel. Het komt vanzelf. Als je maar doorzet.

Want doorzetten kan ik. Ik weet wat ik wil. Ik heb dit niet altijd geweten, en ik was niet altijd een doorzetter. Ik was tijdens het studeren en het samenwonen met een huisgenote een enorme lapzwans. Ik deed alles last minute, sportte niet/amper, lag liever op de bank met chips en dronk veel wijntjes in het weekend.

Ik had m’n toekomst niet helder voor me, ik zag het allemaal wel. Dit is nu anders. Ik ben op een lange weg naar gezondheid aan het wandelen, en als het mee zit kunnen we binnenkort een prachtig huis kopen samen én ik heb een supertoffe baan, leuke collega’s, een fijne familie en even fijne vrienden. Ik heb nu ritme, structuur, helderheid. Ik heb niks te klagen.

Maar ik zie ook een twijfelaar in de spiegel. En een piekeraar. Want ik kan wakker liggen van zoveel ‘wat-als’ situaties. Wat als er meer te halen valt uit het leven? Waar haal ik dat ‘meer’ dan vandaan? Hoe kan ik er zelf voor zorgen dat dat ‘meer’ naar me toe komt? Ik heb hier een periode me heel druk om gemaakt. Dat is nu minder, maar komt met vlagen terug.

Ik twijfel ook over de toekomst. Een huis kopen in Rotterdam, dat is mega vet. Maar wat als ik wil emigreren ooit? Ga ik dat überhaupt wel doen? Geen idee, maar áls ik het wil, wat dan? Wil ik wel kinderen? Vroeger riep ik altijd heel hard NEEE! Sinds ik een nichtje heb, is dit anders. Maar ik ben er alsnog niet 100% van overtuigd. Als ik dat wil, op welke leeftijd wil ik dat dan? Voorlopig nog niet, antwoord ik standaard op die vraag. Ik ben er nog niet klaar voor, ik voel me niet volwassen genoeg en ik voel me alsof mijn leven pas net begonnen is. Ik wil vrij zijn, dingen doen, zonder verantwoordelijkheid voor een klein mensje. Maar word ik dan geen oude moeder? Jezus, wat kan ik soms twijfelen. Ik wil hier absoluut niemand mee aanvallen, maar dit is mijn gevoel. 

Ook ben ik een grotere huismus geworden dan ik ooit had gedacht. Vroeger vond ik vrienden met een relatie die liever thuis zaten suf. Wat ik niet begreep, was dat zij in een andere levensfase zaten dan de single moi op dat moment. Nu snap ik dat, want nu zit ik daar zelf in. Ik vind het fijn om thuis te zijn. Als ik 40 uur werk en veel in de sportschool ben, hoef ik niet meer elk weekend te zuipen. Dat is trouwens ook ongezond (o ja, zo iemand ben ik nu ook geworden!), ik kan er niet tegen (hoi kater) en ik besteed m’n geld liever ergens anders aan. Kortom: ik ben er te oud voor, vind ik zelf. Voel ik zelf. Ik vind het fijn om een mus te zijn.

De inspiratie van dit artikel heb ik gekregen van Sanne van La Viesagista. Zij schreef vorige week een mooi, open artikel over hoe zij zichzelf ziet. Ik werd hierdoor geïnspireerd om mezelf ook een spiegel voor te houden. Ik vond het leuk om te doen, en een soort van opluchting om te schrijven. Sanne, bedankt!